In deze rechtszaak had de ava van de betreffende bv op 10 juli 2009 de uitbetaling van dividend vastgesteld. Op 12 september werd het dividend uitbetaald, waarna de Belastingdienst de verschuldigde dividendbelasting op 15 september ontving. Te laat, volgens de inspecteur. De bv kreeg dus een verzuimboete opgelegd, waartegen zij bezwaar maakte. Volgens de bv begon de betaaltermijn voor de dividendbelasting pas toen het dividend was uitgekeerd en was het bedrag dus ruim op tijd binnen geweest. Toen de inspecteur daar niet alsnog in meeging, ging de bv in beroep.
Dividend was vorderbaar
Ook de rechter hield de verzuimboete in stand. Volgens hem had de bv de regel niet goed toegepast waarin staat dat een onderneming dividendbelasting moet betalen binnen een maand nadat dividend beschikbaar gesteld is. De rechter vond dat het dividend vorderbaar – en dus beschikbaar – was geworden voor de aandeelhouders toen de ava besloot dat de bv dit ging uitkeren. Ondanks dat het dividend pas later werd uitbetaald, had de belasting hierover dus al op 10 augustus moeten zijn uitbetaald.
Rechtbank Den Haag, 23 april 2010, LJN: BM6905
[Bron: BV Rendement]